Een aanlegvergunning is nodig voor werk dat niet als bouwen of slopen kan worden opgevat. De gemeente kan u daartoe verplichten in een bestemmingsplan. Vraag een vergunning op tijd aan, zodat de procedure uw planning niet ophoudt.
Het kan bijvoorbeeld gaan om:
- Het dempen van een sloot,
- Het aanleggen van een pad of weg.
- Het aanleggen van een steiger.
- Het ingebruik nemen van een terrein voor opslag.
Ook kan dit nodig zijn voor graafwerkzaamheden die gevolgen kunnen hebben voor archeologisch onderzoek.
Het bestemmingsplan kan een aanlegvergunning eisen. Niet voor elk uit te voeren werk behoeft u dus te beschikken over een aanlegvergunning. Het bestemmingsplan bestaat uit een kaart met de verschillende bestemmingen. Het bevat ook voorschriften met bebouwings- en gebruiksregels en een toelichting. In de voorschriften staat of een aanlegvergunning is vereist voor bepaalde werkzaamheden.
Het bestemmingsplan eist veelal een aanlegvergunning in de (buiten)gebieden die een bijzondere waarde hebben. Het buitengebied is het gebied gelegen buiten de bebouwde kom. Veelal wordt hiermee bedoeld het agrarische (open) gedeelte van een gemeente. Het gebied geniet vaak bijzondere bescherming door allerlei planologische maatregelen. De gemeente zal in dit gebied op grond van specifieke planologische maatregelen geen nieuwbouw of bedrijfsactiviteiten plannen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een natuurgebied of gebied met cultuurhistorische waarden.
Vraag eerst het bestemmingsplan bij de gemeente op om te zien of u een aanlegvergunning nodig heeft. Als u een aanlegvergunning nodig heeft, dan kunt u contact opnemen met de de vergunningenlijn van de BEL Combinatie. Vervolgens vraagt u de vergunning schriftelijk aan bij de gemeente. U krijgt schriftelijk antwoord van de gemeente. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de vergunning meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de vergunning krijgt). Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u bezwaar maken bij de gemeente.