Corona

Hoe gaat het met Akke Krul (90)?

In een interviewreeks spreken we met een aantal Eemnessers over hoe het met hen gaat in deze tijden van corona.

Mevrouw Krul laat zich niet uit het veld slaan door corona
'Verveling is aan mij niet besteed'

Mevrouw Krul van 90 zit voor haar schildersezel

Akke Krul maakte de komst van de tv mee, dus ook de tijd dat je alleen maar Nederland 1 had, maar wel genoeg Duitse zenders. Ze leerde in de oorlog op de MULO verplicht Duits. En goed ook. Profiteert ze nu, in coronatijd, nog steeds van. “Ik kijk nog steeds graag Duitse series. Soaps als Sturm der Liebe, maar vooral ook een serie als Weissensee op Netflix, over het leven in de DDR. Heb ik in één weekend uitgekeken, zo'n hartverscheurend verhaal.”

Oké, ze is meer thuis dan vóór corona. Niet dat Akke Krul op haar negentigste nou zo uithuizig is, maar haar dochter heeft liever niet dat ze nu naar de Coop, Lidl of Boni gaat. “Hoewel ze ook nuchter is hoor. Ze zegt altijd: met een baby moet je niet gooien, maar als je negentig bent kun je je wat permitteren, anders heb je geen leven.” Tuurlijk, ze mist die boodschappenuitjes wel en de kwalen zijn talrijk (“je merkt dat je per jaar achteruit gaat”) maar ze treurt niet in haar woning in De Bongerd. “Ik ben een gelukkig mens, want mijn hoofd is nog goed en verveling is aan mij niet besteed.”

’s Morgens na het opstaan, aankleden en de boterhammetjes is het al gauw 10.00 uur. “En dan is de dag ook zomaar om. Ik heb altijd geschilderd en als ik genoeg energie heb, doe ik dat nóg. Ik lees, ik kan nog puzzelen en ik kijk tv. Ik vind veel leuk. Schaatsen, wielrennen, series op Netflix en als het verstand even op nul moet Sturm der Liebe, een populaire Duitse Soap, of Rote Rosen, nog zo’n Duitse klassieker. Alleen al die praatprogramma's; dat is wel een beetje een epidemie op de Nederlandse televisie.”

Ze is de langstwonende in de Eemnesser seniorenwoningen aan de Jonkheer C. Roëlllaan. Trok er vierentwintig jaar geleden in. Dat ze toen al koos voor de woning met wat bredere deuren en doorgangen is nu, met haar trippelstoel (“een soort bureaustoel die lichter rijdt en alle kanten op kan”) een zegen. Ze kan het hele huis doorkuieren.

Haar dochter woont ook in Eemnes. De kleinkinderen zijn uitgewaaierd over het land. Met gepaste omatrots: “Mijn oudste kleinzoon staat met zijn zesentwintig jaar op de kieslijst voor de Tweede Kamer”. Maar op de andere vier is ze net zo trots hoor. Uiteraard is het jammer dat ze ze nu weinig ziet, maar ze geniet nóg na van de verrassing voor haar negentigste verjaardag, een feest met vijftig man. “Op 5 januari, net op tijd dus.” 

En corona, ach ja, je kan er moeilijk over gaan doen, doet zij in ieder geval niet. En wat de coronamaatregelen betreft: “Mensen kunnen zich tegenwoordig niets meer ontzeggen en brengen daarmee anderen in gevaar. Ik heb natuurlijk makkelijk praten, maar toch.”

Neem dan haar jongste kleinzoon. Die zit in Utrecht in een studentenhuis. “Hij moet om de haverklap in quarantaine; dat is haast niet te voorkomen met vijftien man in één huis. Maar hij houdt zich er keurig aan. Hij werkte in een café en moest van de eigenaar de quarantaineregels negeren. Dat weigerde hij. Dus is-ie ontslagen.” Ze staat pal achter de keuze van haar kleinzoon. “Ik zeg: hou je eraan in deze tijd.”

En als het virus vertrokken is? Dan gaat ze weer lekker boodschappen doen. “In mijn eentje. Je tuft een beetje door de winkel, mensen pakken wat voor je als je er niet bij kunt want ze kennen je allemaal en ze zijn vriendelijk. Dat is in Eemnes toch heel anders dan in de grote stad.”